Column van auteur Marianne Hutters-Dijkhuizen

Gelukpaarden

Door Brenda Kroon ben ik uitgenodigd om eens een sessie te volgen bij Gelukpaarden. Ik ben eigenlijk niet zo van de therapie omdat ik dan gedwongen word om te gaan huilen en daar hou ik niet zo van. En er is nog een reden. Voor paarden heb ik een groot, zeg maar gerust, gezond ontzag. Ondanks dat ga ik er toch heen. Zeker nadat Brenda mij verzekerd heeft dat haar paarden niet zo enorm groot zijn en behoorlijk schattig.

Nu vraagt u zich misschien af waarom ga je dan? Je kunt toch ook zeggen dat je last hebt van een smoesje? Ik kan het niet uitleggen maar Brenda heeft iets over zich waardoor ze je geeft wat je nodig hebt en waardoor ik dus vanmorgen geen last lijk te hebben van wat voor smoesje dan ook. Iets in mij dwingt me om te gaan.

Na een geruststellend kopje koffie en een plas gaan we aan de slag. Brenda laat mij rustig kennismaken met haar vier schatjes want dat zijn het echt. Jumper, Star, Lily en Nappie. Dan komt de hamvraag: ‘Waar wil je aan werken?’

Ik heb daar in de auto al over nagedacht en ik wil eigenlijk niet meer verwerken. Ik wil vooruit en positief en op dat moment schoot mijn boek door mijn hoofd. Ik wil mijn manuscript op durven sturen. Ik wil mijn boek bij een uitgeverij hebben die blij is om mijn boek op de planken te leggen. Nu moet ik met behulp van pionnetjes, knuffels hoepels en plastic plankjes een soort hindernis voor mezelf maken. Iedere horde die ik straks neem staat voor een doel in het uiteindelijk uitgeven.

Na lang twijfelen kies ik Nappie. Hij moet dus mijn boek voorstellen en met mijn “boek” moet ik de hordes nemen.

Alleen dat boek geeft niet mee. Nappie staat hooi te eten en ik voel me de stoorzender. Ik probeer van alles om mijn “boek” in beweging te krijgen maar niks helpt. Ik vraag het vriendelijk, smekend en met lichte dwang. Maar Nappie weet van geen wijken. Het voelt alsof ik aan een dood paard sta te trekken maar dat kan ik natuurlijk niet hardop zeggen want dat is zo onbehouwen.

Dan vraagt Brenda hoe ik me voel en ik voel me klote en dan komen ze, de tranen. Ik zie mijn boek en al mijn ambitie in rook opgaan. Dat was het dan! Schrijfster geeft zich gewonnen. Ik blijf die thuismanager die drie uur in de week op het plein met een oranje hesje loopt. Dit was het dan. Ik voel me behalve nutteloos ook compleet machteloos. Op datzelfde moment houdt Nappie echter op met eten en begint naar mij toe te lopen. Ik kijk Brenda niet begrijpend aan. ‘Dus als ik ga huilen, komt hij wel?’ ‘Nu ben je echt en dan loopt hij wel mee.’ Daar sta ik van te kijken.

Samen met Nappie neem ik vrij vlot de hindernissen en aan het einde bij de laatste hindernis kus ik hem spontaan, dankbaar op zijn neus. ‘Dankjewel dat je meeliep.’

En Brenda jij bedankt dat je me weer hebt laten voelen. Dat boek gaat er gewoon komen! Ik voel het!